Foto’s en Verstappen

Zo, daar ben ik weer. Allereerst wil ik even melden dat ik hier al een aantal dagen een perfect blauwe hemel heb, geen wolkje te bekennen. En dan nu wat achterstallige verhalen.

Ondertussen ben ik in de Snowless Mountains geweest. Op de kaart staat Snowy Mountains, maar dat klopt dus duidelijk niet. Hoe ik hier verzeild ben geraakt? Nadat ik met de Canadees David door de mooie Hunter Valley ben gereden koers naar Sydney gezet. Daar David gedropt en verder gereden naar Canberra, hoofdstad van Australie.

Daar een dag de stad verkend. Op de fiets. En dat ging prima. Nationaal museum bekeken en wat fotootjes gemaakt. Ook de Black Mountaind waarop een grote zendmast staat beklommen. 4 kilometer weg omhoog met een gemiddelde van 7 km/h. Zweten. Wel een erg mooi uitzicht over de stad. Met top van 67 km en een behoorlijke brandlucht van mijn remmen weer naar beneden.

Daarna op weg gegaan naar Thredbo, een wintersportresort in de bergen. En waar bergen zijn kun je bergfietsen. Dus de route gevolgd naar de Cascade berghut. Errug mooi uitzicht. Bergen en beekjes enzo. Beekjes die je over moet steken. Nadat ik de eerste overgestoken was en drijfnatte voeten had zag ik dat er ook een bruggetje was.
De route ging erg bergop en ik heb af en toe moeten stoppen, om van het uitzicht te genieten natuurlijk. Nee niet normaal, echt alleen maar bergop, nog geen seconde vlak om even bij te komen. Aan de andere kan van de berg weer naar beneden waarbij ik weer door enkele beekjes moest. Eentje was er echter zo diep dat volgens mij de complete fiets onder water zou verdwijen. Maar hier ook gelukkig weer een brug. De terugweg begon vanzelfsprekend weer met bergop.

Omdat ze niet willen dat de bergweg wegstroomt bij regenval hebben ze regelmatig heuveltjes dwars over de weg gemaakt om het water de berm in te leiden. En tijdens de welverdiende afdaling werd ik (graag of niet) steeds door deze heuveltjes gelanceerd. En dat is erg leuk. Bijna zo leuk dat ik nog een keer naar boven zou gaan om de afdaling nog een keer te mogen doen. Bijna.

De reden van het bestaan van Thredbo is de vlakbij gelegen en onuitspreekbare Mount Kosciuszko. En laat dit met 2228 meter meteen het hoogtepunt van Australie zijn. Geografisch gezien dan natuurlijk. En deze berg kon beklommen worden. Eerste stuk met de skilift en daarna 6,5 kilometer wandelen. En ja, bij jullie is het winter, maar ik heb door de sneeuw gelopen. Niet veel, maar toch een beetje. Mijn wandeltempo lag erg hoog en ik heb een aantal mensen ingehaald. Resultaat was dat ik als eerste boven was en de top van Australie ongeveer 15 minuten voor mezelf had. Toen werd het al snel drukker en drukker. Een Australische kamergenoot van het hostel arriveerde ook. Hij had mij gewaarschuwd warme kleding en regenkleding en van alles mee te nemen. In de bergen kon het weer zo omslaan en je weet maar nooit. Hij had zelf hele voedselpakketten en 4 liter water meegenomen. Ik was in korte broek zonder voedsel en met 1,5 liter water. Dit vond hij maar onverantwoord. Toen kwamen er twee Zwitsers (die hebben echte bergen) uit het hostel op de top. Ze vertelden me dat de beklimming van deze berg hetzelfde was als een wandeling rond het meer op zondagochtend. Je had het gezicht van mijn Australische expeditieleider/survivalspecialist/ontdekkingsreiziger moeten zien!

Ik heb hem maar in zijn verwarring achtergelaten en heb de afdaling ingezet. Daarna in de auto gestapt en naar Mansfield gereden. Maar daarover de volgende keer meer.

Overigens wil ik wel iets kwijt over de snelheidslimieten hier. Op sommige echt goede 4baans snelwegen mag je maar 100. Op sommige landweggetjes geldt echter ook een limiet van 100. Ik heb het geprobeerd, maar ik haal het niet. Nu heeft mijn lompe, zware, 16 jaar oude stationwagen natuurlijk ook niet een superstakke wegligging, maar 100 lijkt me erg hoog.

Op de hoogte

Zo, daar ben ik weer. Allereerst wil ik even melden dat ik hier al een aantal dagen een perfect blauwe hemel heb, geen wolkje te bekennen. En dan nu wat achterstallige verhalen.

Ondertussen ben ik in de Snowless Mountains geweest. Op de kaart staat Snowy Mountains, maar dat klopt dus duidelijk niet. Hoe ik hier verzeild ben geraakt? Nadat ik met de Canadees David door de mooie Hunter Valley ben gereden koers naar Sydney gezet. Daar David gedropt en verder gereden naar Canberra, hoofdstad van Australie.

Daar een dag de stad verkend. Op de fiets. En dat ging prima. Nationaal museum bekeken en wat fotootjes gemaakt. Ook de Black Mountaind waarop een grote zendmast staat beklommen. 4 kilometer weg omhoog met een gemiddelde van 7 km/h. Zweten. Wel een erg mooi uitzicht over de stad. Met top van 67 km en een behoorlijke brandlucht van mijn remmen weer naar beneden.

Daarna op weg gegaan naar Thredbo, een wintersportresort in de bergen. En waar bergen zijn kun je bergfietsen. Dus de route gevolgd naar de Cascade berghut. Errug mooi uitzicht. Bergen en beekjes enzo. Beekjes die je over moet steken. Nadat ik de eerste overgestoken was en drijfnatte voeten had zag ik dat er ook een bruggetje was.
De route ging erg bergop en ik heb af en toe moeten stoppen, om van het uitzicht te genieten natuurlijk. Nee niet normaal, echt alleen maar bergop, nog geen seconde vlak om even bij te komen. Aan de andere kan van de berg weer naar beneden waarbij ik weer door enkele beekjes moest. Eentje was er echter zo diep dat volgens mij de complete fiets onder water zou verdwijen. Maar hier ook gelukkig weer een brug. De terugweg begon vanzelfsprekend weer met bergop.

Omdat ze niet willen dat de bergweg wegstroomt bij regenval hebben ze regelmatig heuveltjes dwars over de weg gemaakt om het water de berm in te leiden. En tijdens de welverdiende afdaling werd ik (graag of niet) steeds door deze heuveltjes gelanceerd. En dat is erg leuk. Bijna zo leuk dat ik nog een keer naar boven zou gaan om de afdaling nog een keer te mogen doen. Bijna.

De reden van het bestaan van Thredbo is de vlakbij gelegen en onuitspreekbare Mount Kosciuszko. En laat dit met 2228 meter meteen het hoogtepunt van Australie zijn. Geografisch gezien dan natuurlijk. En deze berg kon beklommen worden. Eerste stuk met de skilift en daarna 6,5 kilometer wandelen. En ja, bij jullie is het winter, maar ik heb door de sneeuw gelopen. Niet veel, maar toch een beetje. Mijn wandeltempo lag erg hoog en ik heb een aantal mensen ingehaald. Resultaat was dat ik als eerste boven was en de top van Australie ongeveer 15 minuten voor mezelf had. Toen werd het al snel drukker en drukker. Een Australische kamergenoot van het hostel arriveerde ook. Hij had mij gewaarschuwd warme kleding en regenkleding en van alles mee te nemen. In de bergen kon het weer zo omslaan en je weet maar nooit. Hij had zelf hele voedselpakketten en 4 liter water meegenomen. Ik was in korte broek zonder voedsel en met 1,5 liter water. Dit vond hij maar onverantwoord. Toen kwamen er twee Zwitsers (die hebben echte bergen) uit het hostel op de top. Ze vertelden me dat de beklimming van deze berg hetzelfde was als een wandeling rond het meer op zondagochtend. Je had het gezicht van mijn Australische expeditieleider/survivalspecialist/ontdekkingsreiziger moeten zien!

Ik heb hem maar in zijn verwarring achtergelaten en heb de afdaling ingezet. Daarna in de auto gestapt en naar Mansfield gereden. Maar daarover de volgende keer meer.

Overigens wil ik wel iets kwijt over de snelheidslimieten hier. Op sommige echt goede 4baans snelwegen mag je maar 100. Op sommige landweggetjes geldt echter ook een limiet van 100. Ik heb het geprobeerd, maar ik haal het niet. Nu heeft mijn lompe, zware, 16 jaar oude stationwagen natuurlijk ook niet een superstakke wegligging, maar 100 lijkt me erg hoog.

O-o-oostkust

Allereerst wil ik iedereen alvast prettige paasdagen wensen.

En dan nog even melden dat ik 2 nieuwe fotootjes bij Port Douglas-Cairns heb gezet. Wist je overigens dat je de fotos veel groter kunt zien door er met de muis op te klikken? Nou, je kunt de fotos veel groter zien door er met de muis op te klikken.

Heel apart, maar ik ben in 1770 geweest. Het plaatsje 1770 dan, genoemd naar de tweede keer dat Captain Cook hier met zijn boot aan land kwam. Het gerucht gaat dat hij met zijn boot op het rif gestrand is en geen kant meer op kon, maar officieel heeft hij deze plaats bewust gekozen om aan land te gaan. Maakt mij niet uit.

Verder gereden naar Hervey Bay, alwaar de tochtjes naar Fraser Island vertrekken. Alweer iets wat je gezien moet hebben. Beetje toertjes bekijken, was er eentje in de aanbieding. Was een erg luxe tocht. Oversteek met katamaranboot. Het regende. De mensen met onze tour werder echter met een treintje van de boot opgehaald terwijl de rest van de mensen door de regen moest sjouwen. Ha ha. En dan de lunch, heerlijk eten. En jawel, zoveel gratis bier of wijn als je kon drinken. Of champagne natuurlijk, want dat was er ook. Wel lachen, maar niet helemaal mijn stijl van reizen. Overigens zijn toeristen grappige mensen. Zoals alles doe ik toertjes op slippers met korte broek, flesje water en fototoestel. Toeristen niet. Bergschoenen, lange broek, grote hoed, rugzak met regenhoes. Op alles voorbereid.

Afijn wij bemannen ons vierwielaangedreven monster. En een monster was het. Een MAN vrachtwagen (ja Marcel) met 4WD. Airco natuurlijk. En toen de gids vroeg of er iemand voorin wilde zitten en er niemand antwoordde wilde ik wel vrijwilliger zijn. Dat is leuk, was net Parijs Dakar ofzo. Die gast reed hard daar over dat zand (Fraser Island is het grootste zandeiland ter wereld) en slingerde als een idioot tussen alle boompjes door. Toen was er een wandeling naar een mooi meertje. Ik had het hele meer niet gezien dus liep er zo in. Wel toevallig dat ik net daarvoor de slippers had uitgedaan, fototoestel had weggelegd en shirt uit. Slechts weinigen van de groep waagden een sprong in het water. Helaas want het was lekker warm. Verder gereden en wat wandelingetjes gemaakt.

Toen naar lake McKenzie, het beroemde meer. Dit meer bestaat alleen maar uit regenwater en is dan ook heeeeeel erg helder. Kon er in lopen totdat ik niet meer kon ademen en kon nog steeds mijn voeten haarscherp zien.

Savonds terug in het hostel nog wat partijtjes pool gespeeld. En ik verbaasde mezelf keer op keer, bijna alles was raak. Nog nooit zo goed gespeeld, al zeg ik het zelf. En de Canadees David waar ik mee reis kon het niet echt waarderen.

Overigens bood de grapjas aan te rijden als ik moe werd. Nou, ik dacht het niet. Zit liever niet in een auto bij mensen die verkeersborden pas op ongeveer 10 centimeter afstand kunnen lezen. Iedere keer als het regent of een beetje mistig is zegt hij: Ik ben blij dat jij rijdt want ik zie helemaal niets. Nee, ik stuur zelf wel.

Nog een nachtje in Noosa Heads geweest. Toen is mijn vermoeden bevestigd. Alle dorpjes langs de oostkust zijn hetzelfde. Puur op toerisme gericht. Om dat te vermijden maar weer eens een nationaal park ingeweest met wat watervallen enzo. Boven in de bergen, met een schitterend uitzicht. Het is de eerste accomodatie in Australie waar je de zonsopkomst kunt zien. Helaas stond het gebouw te koop. De eigenaars wilden met pensioen. En dat was te zien aan het gebouw. Het werd tijd dat het geschilderd werd. Nu was alles nog prima, maar dat duurt niet lang meer. Ook de wandelpaden op het terrein moeten weer eens onderhouden worden. Of liever niet, zo is het veel avontuurlijker. Zoeken naar het pad, door struiken heen, over beekje totdat je helemaal geen pad meer ziet. Dus maar weer terug gelopen.

Nu in Byron Bay, en dat is ook weer strand en vakantie enzovoort. Beetje zitten plannen. Ik denk dat ik volgas de oostkust naar beneden ga. Net voor Sydney sla ik rechtsaf, richting Canberra (Hoofdstad Australie). Na Canberra ga ik de bergen in waar ik een paar dagen ga fietsen, en daarna naar Melbourne om op tijd te zijn voor de eerste overwinning van onze Christijan Albers in de formule 1.

Eureka!

Op de terugweg met Koert nog even gestopt bij de Josephine Falls. Dat is een mooi stukje natuur. Watervallen. Maar dan met een rots van een metertje of wat waar je als een waterglijbaan vanaf kunt glijden. Erg glad met een centimeter water eroverheen. Errug leuk, en erg koud water.

Overigens ook nog ergens een Kangaroe Burger besteld, wat schrijft de serveerster op het blaadje? Skippy B. Alsof het een criminele kangaroe is.

Nadat Koert vertrokken is volgas richting het zuiden vertrokken. Weer naar Airlie beach. Van daar uit vertrekken namelijk alle boottochtjes naar de Whitsunday eilanden. En die moet je gezien hebben. De folders lagen klaar voor mij, keuze uit minimaal 50 verschillende boten. Dat is moeilijk kiezen. Oude boten, nieuwe boten, grote boten, kleine boten, houten boten, stalen of polyester boten. Totdat ik een folder zag van zeillessen. Aha. 2 dagen op een boot hangen en in de zon liggen is toch niets voor mij, dus als er nog wat geleerd kan worden is dat mooi meegenomen.

Dus vol goede moed naar het zeilbedrijf. Helaas ging de boot pas op donderdag, wat betekende dat ik 5 dagen in Airlie Beach moest wachten. Dat doe ik dus niet, want er is niets te beleven. Zoeken zoeken zoeken en met behulp van een of ander reisburo na talloze telefoontjes een boot gevonden die op maandag ging. Gezegd dat ik erover zou denken en vervolgens zelf direct bij die maatschappij geboekt.

2 dagen zeilen voor 160 eurootjes. Niet de goedkoopste maar wel waar voor je geld. Dag 1 vertrekken om 8:00 uur en dag 2 terug om 18:00 uur. Je had ook goedkope 3 daagse tochten die om 5 uur savonds vertrokken en de derde dag om 10 uur sochtends terug waren.

Dus smaandags vroeg naar de haven. De boot was net terug van de Sydney to Hobart zeilrace. Het startnummer zat nog op de romp. En het was een echte raceboot. 18 meter van glasvezel met 4 meter diepe kiel. Van binnen ook alles puur functioneel. Geen schilderijtjes, tv, gordijnen of tafelkleedjes.

De eerste dag helaas veel te weinig wind. Op de motor gevaren. Wat gesnorkeld op het Great Barrier Reef. Wederom erg mooie vissen, maar helaas, boeit me niet. Smiddags naar Whitehaven beach. Erg mooi lang wit leeg strand met fantastisch blauwe zee. Helaas ook hier weer van die dodelijke kwallen, dus als je het water inwilde moest je een stingersuit aan. Tijdens de vaartochtjes een en ander geleerd over het anker, de zeilen (hijsen en strijken), een paar zeer handige knopen, navigatie, markeringen, veiligheid etcetera. Snachts voor anker gelegen. Ook hier weer die ongelofelijk mooie sterrenhemel. Dit is zeker een van de dingen die ik het meest ga missen aan Australie.

Dag 2. Wind. Mooi. Zeilen hijsen. Al snel op gang. De taak was helpen met overstag gaan. Lekker de gang erin. Totdat we een van de andere zeilcruises zagen. De racer in onze kapitein werd wakker, je zag hem gewoon opleven. Opeens moest alles 10 keer sneller en 10 keer beter. Snelheden tot 20 km per uur de achtervolging ingezet. De topsnelheid die de boot ooit gehaald had was 55 km/h, maar dat zat er vandaag niet in. Toen we onze voorligger genaderd waren zag je daar opeens ook allerlei mensen in actie komen. Helaas voor hun hadden we in principe niet de snelste boot, maar wel de beste kapitein. En bemanning natuurlijk. Dus helaas voor boot Siska. Het verschil was zo groot dat we wel rondjes om ze heen hadden kunnen zeilen. Das niet waar, maar we waren wel behoorlijk sneller.

Toen was het de beurt aan de cursisten. Na wat korte uitleg aan het roer. Je draait de boot op koers, de wind krijgt vat en je gaat steeds sneller. En schuiner. Totdat je denkt dat je omvalt. En dat is erg gaaf. Heel erg gaaf. Ik ga ook zo een boot kopen. Als er nog iemand 2 miljoen heeft liggen plus wat kleingeld voor onderhoud, ik weet er wel raad mee. Ook nog de man overboord oefening gedaan. Soort handrembocht met een zeilboot. Verrassend hoe snel je zo een grote boot stil krijgt.

In ieder geval veel geleerd en ik denk dat ik in Nederland maar eens wat vaker op een zeilbootje moet gaan stappen. Na afloop de officiele stempel in mijn logboek als eerste stap op weg naar Yachtmaster. Dank je wel Eureka II en bemanning.

Op de boot was onder de passagiers (naast 2 Nederlandse potten) ook een Spaanse backpackster. En ze bleek in hetzelfde hostel te logeren als Nico, dus het taxibordje weer op het dak gezet. Helaas vertrok ze de volgende ochtend naar Cairns om over 3 weken het land van OZ te verlaten. Heb ik weer.

Nu met een Canadees op weg naar het zuiden, maar daarover later meer.

Avonturen

Ik had dit al eerder beloofd, maar hierbij dan weer wat avonturen.

Verder dus waar ik de vorige keer gebleven was. Bij de beek. Daar gestopt om wat Jeeps door het beekje te zien crossen. Een stukje langs de beek gelopen alwaar Koert (liep voorop) alweer een slang gespot heeft. Een kleintje maar die in een struik klom. Een van de dames had nogal slangen/krokodillen vrees en wilde dus niet verder. Onderweg terug naar het hostel nog een wat meer veilige (dus saaie) wandeling gemaakt.

Deze avond in het hostel geen karaoke, maar een paddenrace. De organisatie had een stuk of 10 padden gevangen waarvan enkele hele grote. Deze werden vervolgens door backpackers van rugnummers voorzien en in een emmer gestopt. Emmer in het midden van de dansvloer en de kikker die als eerste van de vloer was won. Erg grappig.

Volgende dag weer naar Cairns gegaan, maar niet nadat ik na het douchen nog een slang spotte met een kikker in zijn bek die hij aan het consumeren was.

We besloten de terugweg niet weer via de kust te gaan maar door de binnenlanden. Overal langs de weg termietenheuvels. Toen we borden van een Nationaal Park zagen moest dat natuurlijk verkend worden. Weer een onverharde weg. En hier een beekoversteek (leuk woord) die wel met de auto kon. Volgas er doorheen met opspattend water tot 2 meter hoog. Koert heeft een foto, misschien dat het daarop iets minder lijkt, maar dat is vertekend beeld.

Volgens het infobord was er in het park een pad naar een waterval. Maar dat is te makkelijk. Als je de waterstroom volgt kom je vanzelf ook bij de waterval toch? Wij dus van rots naar rots springend stroomopwaarts gegaan. Op een gegeven moment werd dit echter onmogelijk en gaven we ons gewonnen. Dus gewoon met de auto naar de waterval, want dat kon ook. En er viel water naar beneden.

Ook later tijdens de rit naar Cairns viel er erg veel water naar beneden.

Mooi op tijd terug in de stad voor Australie dag. Geen idee waar dat over ging of wat er speciaal aan was. Maar we hebben er maar een biertje op gedronken.

Er was eens een boot die de SS Yongala heette. Dit was schijnbaar niet een erg goede boot, want toen het in 1911 een beetje waaide is hij gezonken. En dit trekt natuurlijk de nodige ramptoerisen (lees:duikers). Dus Koert wilde daar duiken. Het staat ook in de top 10 beste wrakduiken ter wereld, dus wij naar Townsville crossen. Onderweg begon de auto een beetje raar te doen. Het vermoeden, oh nee, MIJN vermoeden was dat dit kwam door de gevaarlijke straling van Koerts hightech highpower state of the art fine technology onderwaterduikfototoestelflitslamp kwam. Maar toen we eenmaal bij het hostel ingecheckt waren wilde de auto niet meer weg. Want om weg te rijden moet hij eerst starten en dat ging niet.

RACQ (ANWB) gebeld. Ze kwamen ook nog en kregen de auto gestart. Wij blij, monteur bedankt en fijne dag gewenst. Op het moment dat ik de auto in de achteruit zet om hem op een legale plaats neer te zetten slaat hij weer af. Om een kort verhaal nog korter te maken: sleepwagen, garage, gemaakt. Toen ik echter van het hostel naar de garage fietste om de auto op te halen werd ik na een spectaculaire achtervolging nog door de politie van de weg gehaald. Geen helm op. Maar omdat ze al snel hoorden dat ik een toerist was dachten ze dat ik niet wist dat een helm verplicht was. En je moet een agent nooit tegenspreken. Dus met een waarschuwing kwam ik ervan af.

Allemaal goed gekomen dus, en Koert heeft een prima duikdag gehad.

Dan wil ik jullie ook nog wat vertellen over onze sportieve aktiviteiten. Biljarten. We hebben verschillende rare tafels gehad. Een stond zo scheef dat alle ballen steeds in dezelfde hoek van de tafel terechtkwamen. We hebben ook nog een ronde biljarttafel zien staan, helaas niet op gespeeld. En we hadden een biljart in een ruimte zo klein dat ik de aan de muur hangende schilderijen geen kans gaf ons potje te overleven. Maar er was een oplossing, we vonden 2 doormidden gezaagde biljartkeus. Die maar gebruikt. Apart.

Na Townsville weer in de richting van Cairns vertrokken. Onderweg gestopt bij de Wallaman Falls. Hoogste watervallen van Australie. Volgens de infoborden was er een wandeling van 4 km waar je 2 uur over deed. Gaan natuurlijk. De route begon bovenaan de waterval en slingerde door de bossen naar beneden. Nu heb ik hier iets meer gewandeld, dus onderweg naar beneden had ik al het vermoeden dat de weg omhoog wel eens zwaar zou kunnen zijn. En inderdaad, nadat we beneden even de waterval bekeken moesten we weer omhoog. Op een gegeven moment dacht ik dat de vereniging van astmapatienten ook aanwezig was, of anders dat er een heel erg zieke kangaroe in de struiken liep. Maar nee, het was Koert die de klim ook een beetje onderschat had. Buiten adem moest hij bij ieder bejaardenbankje even rusten. Vond ik niet erg. En nu niet ons uitlachen. Zal even de situatie schetsen: 30+ graden, erg vochtig, moeilijk pad met losse en gladde stenen. En dan 300 meter omhoog. Dat is dus een flatgebouw van 100 verdiepingen. In de tropen. Mogen we een beetje zweten?

Na dit uitstapje naar Mission Beach gegaan. Daar een wildwater rafting tripje geboekt. Volgende dag vroeg op. Natuurlijk stapt Koert eerst in de bus van de concurrerende maatschappij, maar ach, het was nog vroeg. Na in de goede bus te zijn gestapt op weg naar de Tully river. Nu staan hier overal waarschuwingsborden voor overstekende vogels, de Cassowaries. Heel veel borden zelfs, maar we hadden nog geen enkele vogel gezien. Dus ik vroeg aan de chauffeur of die vogels echt bestonden, of dat de Aussies een grapje uithaalden met de toeristen. Hij verzekerde me dat ze bestonden.

Eenmaal bij de rivier in een rubberboot gestapt met 7 personen waarvan 1 gids en de rivier af gegaan. Het was niet zo erg druk. Normaal gaan ze met acht boten maar nu hadden ze er maar 5 vol. Omdat er voor de veiligheid minimaal 8 gidsen mee moeten was er dus 1 boot met slechts 3 gidsen. Die hadden de dag van hun leven. Als ze niet bij de gevaarlijkere punten met touwen op de kant stonden om mensen te redden hadden ze de grootste lol. Wij overigens ook. Erg leuk dat raften. Watervallen naar beneden waar je denkt dat je helemaal niet naar beneden kunt. Nat worden, tegen rotsen knallen, onder een heeeeele hoge waterval door en meer van dat soort gein. Een dag plezier.

En op de terugweg steekt er zowaar een Cassowarie de weg over. Triomfantelijk zegt de chauffeur (grote glimlach): zie je wel dat ze bestaan.

Savonds weer in ons hostel. Omdat we vroeg op waren gestaan en omdat er in het dorp absoluut niets te doen was vroeg gaan slapen. Dat dachten we dan. We hadden ook nog meerdere mensen op de kamer. Engelsen. Die gedronken hadden. Partij herrie, scheten laten, boeren laten, fotoos maken. Op een gegeven moment gingen ze naar buiten. Dus rust. Dus niet. Even later kwamen ze binnen met palmplanten, paraplues, borden van winkel s en zelfs een groot wegafzettingsbord. Grootste lol. En herrie. Maar ook dronken Engelsen worden moe en gaan slapen. Gelukkig zijn er nog Duitsers. Slechte Duitsers. Midden in de nacht komt er 3 of vier keer politie op de kamer om met de Duitser te praten. Uiteindelijk hebben ze hem maar meegenomen. De volgende ochtend was hij nog niet terug. Geen idee wat die jongen gedaan heeft. Volgens zijn vriend was hij nog maar 4 dagen in Australie, dat is dus een lekker begin.

Dit is wel weer genoeg voor nu dacht ik zo. Koert is inmiddels weer vertrokken, is allemaal erg (te) snel gegaan. De belevenissen van de laatste dagen zal ik binnenkort nog even opschrijven.