Dag 18, Sibinj (HR), naar Puch (A)

Tot de conclusie komen dat het nog 1300 kilometer naar huis is.
Mooi te verdelen over twee dagen. Eerst over de grens met Slovenie.

Vervolgens over de snelweg, het is niet anders. Paul gaat verder binnendoor, dus bij een koffie zwaaien we, en rij ik alleen.

Daarna Oostenrijk door, tot ik rond 6 uur merk dat ik best wel moe ben en niet zo fit meer op de motor zit. Bookings.com er bij en een hotel in de buurt gevonden. Daar uiteraard Schnitzel gegeten.

 

Dag 17, Makarska (HR), naar Sibinj (HR)

We vervolgen de kustweg.

Daarbij komen we door/langs de typische dorpjes.

En dat schiet natuurlijk niet echt op. Dus het word afgewissel met een uurtje snelweg. Met om de een of andere reden veel vliegjes.

Lunch hebben we wel weer naast het water.

De hele dag hebben we al buien voor, of achter ons. Maar we mikken het goed uit. Rond 6 uur besluiten we nog een uurtje te rijden. Echter lijken we de regen in te halen, en keren dus terug naar de laatste camping die we voorbij zijn gereden. En weer kamperen.

Dag 16, Savnik (MNE), naar Makarska (HR)

Allereerst, HR staat dus voor Hrvatska, oftewel Kroatie.

Vandaag dus terug naar de kust. Een shortcut hebben we maar niet afgemaakt. Volgens Garmin werd het onverhard, en daar had ik gezien de regen van afgelopen nacht, in combinatie met slecht slapen (warm/koud/warm) en het regelmatige nodige toiletbezoek (hamburger als schuldige aangewezen) niet veel zin in.

En dat had ook weer een voordeel, want we kwamen langs dit meer.

Wat eigenlijk geen meer was, want het was verbonden met de zee. Er lagen ook de nodige leuke jachtjes. En deze eilandjes.

Vervolgens dus Kroatie. En dan een grenspost. 5 Kilometer Bosnie Herzegovina, en weer een grenspost en weer Kroatie in. Raar.

En daar, dan eindelijk niet voor niets alles meegesleept!

 

 

Dag 15, Ulcinj (MNE), naar Savnik (MNE)

En als het snachts veel regent, wat gebeurt er dan met grond? Juist. Die wordt zacht.

We vervolgen onze weg naar de binnenlanden van Montenegro. Wat minder onderhouden, af en toeweggespoeld, of onkruid wat er tussendoor groeit, maar leuk rijden.

En iemand met geld en fantasie genoeg besloot een huisje te bouwen.

We blijven blij de kleine wegen en de bergen en beekjes.

Totdat het laat wordt, het begint te regenen, we redelijk hoog zitten en het nog maar 10 graden is. Daarnaast zit de hamburger van gisteravond me ook niet echt lekker. Tijd dus om plannen te maken.

Onze weg gaat door nergens, en de eerste paar plaatsjes passen daar precies in. Totdat we weer richting een grote weg gaan, en in Savnik uitkomen. Het hotel ziet er niet uit en er is niets te beleven, maar ik heb het wel gehad.

Van binnen is het bijna een museum. Er is niemand, behalve 2 man personeel. Er is wel een casino (gesloten, al heel lang), een restaurant (gesloten), en zelfs een mooie receptie met postvakjes en alles (gesloten). Na een douche val ik meteen in slaap. Paul weet ze als avondmaal nog een soepje te ontfutselen.

 

Dag 14, Himare (AL), naar Ulcinj (MNE)

De eerste dag dat we niet meer zuidelijk gaan, en dus niet aleen maar verder van huis geraken. Verder langs de kustweg.Die niet echt heel spectaculair was. Een klim waar je op een relatief kort stuk veel de hoogte in ging was nog wel leuk.

We waren al gewaarschuwd over de wegenkaarten van Albanie. En ook de navigatie was de weg kwijt. Of ik werd eenrichtingsverkeer ingestuurd, of Garmin beweerde stellig dat er een weg was die ik in moest. Alleen zou ik dan dwars door een vrij groot gebouw moeten wat er toch al een tijdje stond.

Ook onze binnendoor route komt voor geen meter overeen met wat Garmin zegt. Het weggetje is wel net nieuw geasfalteerd en gaat ongeveer de goede kant op. Dat we door iedereen aangekeken worden had al een waarschuwing kunnen zijn.

Plots houdt de weg op, en verandert in gravel. Wordt steeds slechter maar nog wel te doen. En het gaat ongeveer de goede kant op. Hopeloos verdwaald, maar we zien in de verte de verharde weg die we moeten hebben, dus lijkt goed te komen. Gravel wordt ook weer wat beter.

Tot de laatste afdaling naar de weg, waar haarspeldbochten gecombineerd worden met los zand, of van die mooie door de regen uitgesleten groeven. Daar is wel een half litertje water weggezweet.

Allemaal leuk, maar het schiet natuurlijk niet echt op. En we willen toch echt voor de avond in Montenegro zijn. Dus snelweg richting Tirane.

Druk, smerig stinkende vrachtwagens, troep langs de weg. Plots komen we op een vijf (5) baans snelweg, waar 1 auto op rijdt. En zonder waarschuwing stopt de weg net zo plots in een buitenwijk van Tirane. Wat een chaos. Jammer dat ik hier de GoPro niet aan had. Maar goed, soort van op de navigatie, soort van op kompas door de stad gekomen. Verder naar:

Wat een verschil. Goede wegen. Huizen langs de weg die er netjes uit zien. Geen troep langs de weg. We besluiten weer de kust op te zoeken. Geen idee of daar wat te beleven is maar we zien wel. We komen uit in Ulcinj. Werkelijk massa’s en massa’s mensen. Pizza tenten, restaurantjes, barretjes. We stoppen in het centrum, en worden door iemand aangesproken of we een appartement willen. Wazige zwarte handel maar ach ok. Eerst wil hij bij ons achterop om de weg te wijzen. Nee. Dan zegt hij dat hij wel voor ons uit rent. Ok. Respect voor de man. Uiteindelijk belanden we bij zijn huis. Dubieus maar wat maakt het uit.

Even naar het centrum, en aan de bomvolle boulevard zitten.

 

 En net op tijd weer terug voor de regen. En dat zal het de hele nacht blijven doen. Maar wat nu valt, kan morgen niet vallen toch.

Dag 13, Kastoria (GR), naar Himare (AL)

Nigel moet wat eerder dan Paul en ik weer thuis zijn. Dus hij gaat vanaf vandaag richting huis. Wij willen nog naar het zuiden, Albanie, de kustweg daar schijnt de moeite waard te zijn.

We hebben niet echt goede kaarten om een route naar onze bestemming te kiezen. Dus de navigatie op kortste route. Eerst lijkt het doorgaande weg te zijn tot we er plots afgestuurd worden.

Wat volgt is een werkelijk schitterende weg. Door bergen en bos, prima wegdek, veel bochten en niemand op de weg. Doordat het redelijk vroeg is staat de zon nog laag en belicht alles mooi. Ook de damp komt nog uit de bossen. Een perfect begin van de dag.

Alle touristische borden slaan we verder over, aangezien daar meestal een stuk lopen aan te pas komt. We cruisen verder naar:

En direct worden de wegen slechter, rijdt iedereen Mercedes, ligt er troep langs de weg, staan gebouwen er vervallen bij, wordt er overal afval verbrand. Eerste indruk is dat het een smerig land is. En dat blijft zo. Onze route voert ons over een bergweggetje, en uiteindelijk zien we dan voor het eerst tijdens deze reis de zee!

En wat later dus de kustweg.

We hadden bedacht te gaan kamperen, zodat we in ieder geval niet de hele tijd de spullen voor niets hadden meegesleept.

Dus rond een uur of drie (het is al niet meer zo heerlijk koel als in de bergen) stop ik op een parkeerplaats om even te overleggen. De parkeerplaats blijkt voor een hotel te liggen. En als blijkt dat een kamer met airco en ontbijt maar 20 euro kost, dan is de keuze snel gemaakt.

En als de receptie zegt, u kunt ‘hier’ parkeren, dan vraag je even of je wel goed begrijpt wat hij bedoelt. Als ze dan tafeltjes aan de kant gaan schuiven is die vraag ook beantwoord.

En deze vroege stop geeft ons de tijd om gebruik te maken van het bij het hotel behorende strand, en om een lekker stukje te zwemmen in de zee. En genieten van een biertje op het balkon.

Dag 12, Lithopos (GR), naar Kastoria (GR)

We vervolgden onze weg in Griekenland. Het begin was “Meeh”.

Maar ook wel leuke watertjes.

Op de GPS zag ik dat we langs een meer kwamen, waar de grens met Macedonie precies middendoor liep. Het doel was bij het water te komen zodat we in principe naar Macedonie konden zwemmen. Het was even zoeken.

Maar doel bereikt lijkt me zo.

Nog een paar onverharde weggetjes meegepikt, alwaar Nigel zijn brommer neerlegde op een glad stukje. Gelukkig geen schade aan rijder of motor.

Ons doel van vandaag had alle hotels etcetera vol, aangezien er een festival in de buurt was. Dat betekende voor ons weer terugkeren en verder naar de dichtsbijzijnde stad. Onderweg kwam ik nog dit bord tegen, en daar moet je natuurlijk een foto van maken.

Na wat zoeken uiteindelijk een betaalbaar hotel gevonden.

En ook dit plaatsje bleek aan een meer te liggen en een wandeling waard.

Dag 11, Idilevo (BG), naar Lithopos (GR)

De dag dat we vertrokken van het motocamp. Met Nigel en Paul dezelfde kant op. Omdat we toch in de buurt waren besloten om ook Griekenland mee te pikken. Op de kaart wat leuke weggetjes uitgezocht. Beetje afgelegen. En dan wat rommel op de weg.

Maar goed, daar pas je wel tussendoor. We zien wel wat er verder is. En dat begon met nog slechter wegdek, en later stukken die ze opnieuw aan het asfalteren waren. Eenmaal aan het einde van de weg:

Dat verklaart wel een en ander 🙂

Onderweg nog een tankstation gevonden waar ze blijkbaar alleen gas verkochten. De vrouw vond het wel grappig en belde iemand die Engels kon om ons uit te leggen waar een normaal tankstation in de buurt was.

En uiteindelijk toch allemaal goed gekomen.

Was alweer wat laat dus even op de kaart kijken. Er was een meertje niet te ver rijden, daar hebben ze vast wel wat onderkomen.

En het was wat zoeken, uiteindelijk hebben wat jongelui uit het dorp ons de weg gewezen op hun crossmotor. Maken ze ook weer eens wat mee. Net op tijd om de zon onder te zien gaan, douchen, en een restaurant zoeken om een hapje te eten.

Volgende ochtend maar een plaatje gemaakt.

En het resultaat van de dag.

Dag 10, Motocamp, Idilevo (BG)

De ochtend stond in het teken van een rondje rijden over de trails in de buurt van motocamp.

Daarna nodige Martin ons uit voor een lunch bij hem thuis. En bier zit altijd in 2 liter plastic flessen toch?

Het werd voor iedereen ook weer tijd om eens aan de terugweg te gaan denken, dus de kaarten kwamen te voorschijn.

 Zou de laatste avond in het motocamp vol sterke verhalen worden.

Systeem daar werkte mooi. Alles wat je dronk schreeft je op een kladblokje wat ergens rondzwierf, en bij vertrek betaalde je. Kwestie van vertrouwen.